Genieten

Een van de geneugten van een Turks bad in Turkije is dat je door een krachtige hand duchtig ingezeept, overdadig gewassen, zachtjes afgedroogd en zalvend gemasseerd kan worden. Het roept de weelderige weldadigheid op die je als kind vanwege zorgende ouders hebt mogen ontvangen. Ook als huwelijkspartner krijg je, de ene al vaker dan de andere, de gelegenheid om je als een kind te laten knuffelen, wassen, masseren, verzorgen. Dit genot is een kinderlijk genot, dat niet rechtstreeks met seksueel genot geassocieerd moet worden. Het is het mogen genieten van een zorgende man of vrouw die in het bad je rug wast, je moeilijke nagels knipt, of je haren kamt.

Genieten is de verkregen zorg met een open hart aannemen, ze proeven, er de aangename smaak van toelaten. Genieten is zich bij ziekte overgeven aan de weldoende zorg vanwege een toegewijde verpleegkundige. Genieten is de deugddoende behandeling innerlijk in zich opnemen, en ze laten doorstromen tot in je hart. Genieten is een levenskunst. Sommigen hebben deze levenskunst niet geleerd omdat ze als kind zelden verwend werden en omdat genieting maar een slechte naam had. Ze moesten hard studeren, hard werken, zich niet laten gaan, geen nutteloze genoegdoeningen tot zich nemen. Genieten was niet deugdzaam.

Wie niet leerde genieten kan ook niet genieten van de kleine dingen, van een troostende hand op je schouder, van een deur die voor je wordt geopend, van een huisgenoot die voor jou een bier uit de kelder haalt. Als je geniet van kleine diensten die voor jou worden gedaan, dan kan je ook genieten van de grote dingen, van de inspanningen die je ouders zich getroost hebben om je opgevoed en geschoold te krijgen, van de zorg die je grotere kinderen op zich nemen als je oud en ziekelijk wordt.

In onze welvaartsmaatschappij worden diensten afgemeten aan wat ze kosten. Maar de prijs die men betaalt is geen maat voor de waarde van die dienst. Je kan betalen om je haar geknipt, om je schoenen gepoetst en om je was gestreken te krijgen. Maar diezelfde diensten zijn met geen prijs te betalen wanneer je ze aangereikt krijgt door een zorgende naastbestaande. Hier heeft de dienst een waarde die niet met geld te meten is. Zo’n dienst heeft geen marktwaarde, ze heeft voornamelijk een bejegeningswaarde. Haar waarde wordt bepaald door de toewijding waarmee de dienst geboden wordt én door de ontvankelijkheid waarmee de dienst aangenomen wordt. Je vereert de zorgende door diens zorg bewust aan te nemen en door ervan te genieten. Jouw genot is de prijs waardoor de zorgende zich beloond voelt.

Een woordje van dank is je kennisgeving dat je de dienst tot je genomen heb, en dat je er van genoten hebt. De tinteling in je ogen, de verdieping van je adem, of de glimlacht op je wang geven blijk van genot en dus van dankbaarheid. Niet alles moet in woorden worden vertaald. Maar een kleine dankbetuiging, in woorden uitgedrukt, wordt door de zorgende erg op prijs gesteld. Zo wordt iets waardevols door iets waardevols beloond. Het korte “dank je” geeft te kennen dat je de toewijding van je partner hebt opgemerkt, dat je ze waardeert, dat ze goed tot jou is gekomen.

Volgens de traditionele, rolverdeling is het de moeder, of de vrouw, die binnen het gezinsleven de zorgtaak op zich neemt. Geleidelijk aan werden heel wat zorgtaken overgenomen door de gemeenschap. Daardoor konden de moeders naar buiten treden en in de maatschappij door geld verloonde taken op zich nemen. Deze maatschappelijke taken leken waardevoller omdat er een prijskaartje aanhangt. Maar de huiselijke en tussenmenselijke zorgtaken blijven onbetaald. Nu de verzorgingsstaat stilaan wordt afgebouwd en vervangen wordt door de “zorgzame samenleving” gaan er stemmen op om de binnenhuiselijke zorgtaken gesubsidieerd te krijgen (1). Voorstanders van het instellen van zoiets als een “verzorgingsloon” begaan de vergissing dat de geldelijke prijs de waarde van iets zou aangeven. Naast het werkloon van de man zou de vrouw door haar verzorgingsloon tot meer gelijkwaardigheid komen, en zouden de zorgtaken meer waardigheid verkrijgen. Maar de échte waarde, deze van de tussenmenselijke genieting en de onbetaalbaarheid daarvan worden daarbij flink over het hoofd gezien.

In de “zorgzame samenleving” gaan de mensen weer meer zélf de zorg op zich nemen voor de kinderen, de zieken, de ouderen, de mensen met een handicap. Is dit idee een pleidooi voor een herstel van de traditionele arbeidsverdeling van mannen en vrouwen? Geenszins. Het is eerder een pleidooi voor een herverdeling van de zorgarbeid binnenshuis, en een scheppen van kansen tot genieten voor iedere huisgenoot. Meestal zorgen huisvaders veel minder dan huismoeders. Meestal durven huismoeders veel minder om verzorging vragen dan huisvaders. Het zorgen en verzorgd worden dient in balans te komen. Iedere huisgenoot heeft evenveel recht op verzorging en bijstand. Wat binnen het kader van de lots- of Ievensverbondenheid meebrengt dat ook iedere huisgenoot, in de mate van zijn fysieke en mentale mogelijkheden, evenveel verzorging en bijstand aan de huisgenoten verplicht is. Zo komt de balans van dienen en genieten voor iedereen meer in evenwicht.

Zo ontsnappen wij aan de perverse mentaliteit van een vrije markt-economie waar alles voor geld te koop zou zijn. Het genieten wordt daar gedefinieerd als het kunnen betalen van luxe-diensten. Hoe duurder de cruise hoe groter het genot, zo doen de touroperators ons geloven. We moeten dan maar niet denken aan de verveling en de teleurstelling als tijdens de cruise aan de hooggespannen genotsverwachtingen niet voldaan wordt.

Hoe meer we met bepaalde verwachtingen van genieting in ons hoofd rondlopen, des te moeilijker kunnen wij genieten van datgene wat genietbaar is. De verwachtingen dempen de verwondering, de verrassing, de onvoorspelbaarheid. De levenskunst van het genieten is hierin gelegen dat je al wat je krijgt bekijkt als datgene waarnaar je onbewust verlangde. Aldus heb je geen onvervulde verlangens, en geen frustraties. Want het zijn, volgens de Zen-traditie de onvervulde verlangens die de enige bron zijn van frustratie en pijn.

Genieten is dus het onbevangen openstaan voor de zorg die anderen je willen geven, ze aannemen, ze smaken, ze waarderen in haar onbetaalbaarheid, er dank om zeggen, en er ook durven om vragen. Het is geen botweg consumeren noch een profiteren van andermans goedheid. Genieten is een tussenmenselijk gebeuren waarbij je als de genietende zorgt dat de zorgende kan genieten van het genot dat zijn zorg jou bezorgt. Het is een fijngevoelig spel van een wederzijdse instemming dat het goed is dat jij verzorgd wordt en dat de ander jou dat gunt. De ander kan je dat niet gunnen als jij het jezelf niet gunt. Hoe zorgzaam de ander ook voor jou is, hij zal bij jou zijn toegewijde zorg niet kwijt kunnen als jij er niet kan van genieten.

Kleinere kinderen weten zeer goed wat met genieten bedoeld wordt als ze het geronk horen van de poes die gestreeld wordt. Zij vereenzelvigen zich graag met de ronkende poes. Zij herkennen zichzelf ook in het knuffeldier dat door hen geknuffeld wordt, als zeiden ze daarmee aan hun omgeving: “Kijk, zo mag je ook met mij doen.” En in elke volwassene sluimert nog het kind dat graag eens omarmd, gestreeld, geknuffeld, toegedekt wordt. Zijn de vele poezen niet de vertegenwoordigers van dat stuk van onszelf dat naar een streling verlangt? In een bejegeningsarme samenleving zou dit we! eens het geval kunnen zijn.

Ben je bewust van je verlangen naar genieting, en gun je jezelf of gunnen anderen je het recht op genot, dan kan je zélf een poes zijn die openlijk om een streling vraagt. Als je ook maar aan de anderen datzelfde recht toekent en ook hen verzorgt.

(1) Frans JACOBS, En wie doet de afwas? Filosofie Magazine, nov. 1995, pp. 32-34.

Geef een reactie