Huidcontact
De huid die ons hele wezen als een membraan omhult, bakent enerzijds onze individuele lichamelijkheid af van wat wij de omgeving noemen, en verschaft anderzijds doorgang voor signalen die heen en weer gaan tussen mij en deze omgeving. De huid is als een Griekse zuilengaanderij: zij is terzelfdertijd afsluitingswand én doorgang voor licht en mensen. Het gehele oppervlak van de huid is voorzien van miljoenen tastreceptoren waarmee wij de omgeving en de omgeving ons kan raken. Voor ons treedt uit de veelkleurige omgeving de menselijke partner als geprivilegieerd tastobject naar voren. Ik kan met mijn hand diens arm aanraken, met mijn mond diens hals kussen.
Tegen de huid van mijn onderarm
rust jouw hals en het juk van de dag,
rust jouw hoofd en zijn bekommernissen,
rust jouw hele wezen zijn vermoeidheid uit.
Mijn heup raakt jouw heup, mijn dij jouw dij.
Nu ik mezelf mag vergeten
en bij jou mag verwijlen en ademen,
stroomt de zwaarte weg van mijn beladen dag
en word ik open en groot en licht van binnen. (1, p.20).
De context van intimiteit en poëzie waarbinnen de aanraking zich thuis weet, is ook lijfelijk gefundeerd. En wel in een fijnbesnaard neurofysiologisch en psychomotorisch gebeuren.
1.- Door een psychische instelling op mogelijk contact wordt een speciaal neuronenstelsel geactiveerd dat de naam ‘gamma-neuronen’ toegewezen kreeg. Deze zenuwbanen winnen informatie in over de graad van alertheid en van spankracht (tonus) van de spieren die voor een beoogde aanrakingsbeweging in werking zullen moeten komen. Deze informatie over de toestand van wel of niet voorbereid-zijn wordt doorgeseind aan het waak- en alertheidscentrum van de hersenen (formatio reticularis). We worden ons onverwoordbaar bewust van onszelf. Stellen we ons verder in op aanraking, dan geven de hersenen dit voornemen door aan dit waakcentrum dat vervolgens via de efferente of uitvoerende gamma-neuronen de spiertonus gaat opwarmen en reguleren nog vooraleer deze in beweging wordt gebracht. Hoe beter voorbereid, des te fijner zal de beweging afgestemd zijn op een fijngevoelig aanraken.
2.- De beter gekende “alfa-neuronen” zorgen tenslotte voor het feitelijk op gang brengen van de beweging waardoor voeten, handen, vingers, mond en andere lichaamsdelen kunnen toenaderen tot bij de partner om deze met een Juist gedoseerde druk aan te raken. Waar de fijnzinnige opwarming en voorbereiding van de spier niet rechtstreeks door de wil gestuurd kan worden, daar staan de bewegingszenuwen (alfa-neuronen) wel onder direct beheer van de wil. Deze dubbele neurofysiologische organisatie doet ons reeds inzien dat de aanraking niet enkel door de wil van hel Ego gerealiseerd kan worden maar door een fijnzinnige en aandachtige alertheid voor de kwaliteit van het aanraken. Wat in wezen is: een alertheid voor de kwaliteit van de spiertonus. Hypertonie (een te hard aangespannen spiertonus) en hypotonie (een te weinig alerte spiertonus) worden gekorrigeerd tot een juist uitgebalanceerde spankracht, of tot een eutonie. En deze eutonie, door de gamma-neuronen geregeld, is verantwoordelijk voor de kwaliteit en de fijnheid van de motoriek, die op haar beurt door de alfaneuronen wordt bewogen.
3.- Door de aanraking gewekt sturen de tastzintuigen van de huid nu specifieke signalen naar de hersenen, waar men gevoelige gewaarwordingen registreert Door deze gewaarwordingen worden vervolgens weer zowel de gamma- als de alfa-neuronen verder in werking gesteld om de aanraking zo goed mogelijk te laten aansluiten bij het aangeraakt oppervlak.
Eutonie oefeningen
In de klinische praktijk merken we dat vele seksuele partners slechts over een ongeoefende en daardoor geringe aanrakingskwaliteit beschikken. Met gerichte eutonie-oefeningen kan deze aanrakingskwaliteit verbeterd worden. Daarbij laat men de kliênten eerst fysiek kontakt opnemen met de grond waarop men staat, zit of ligt, met essenhout, natuurlijke weefsels en andere voorwerpen. Nu wordt hen gevraagd waar zij met welke huidsdelen kontakt gewaarworden. Zij dienen na te gaan of dit gewaarwordingen geeft van kontakt-vlakken of kontaktpunten. Vervolgens wordt hen gevraagd voor zichzelf te beschrijven hoe deze zintuiglijke kontakten aangevoeld worden. Ervaren zij iets van de hardheid of zachtheid van het aangeraakte, de warmtegraad, de textuur ervan? Deze gewaarwordingen perfekt omschrijven lukt nooit, maar daar is het niet om te doen. Het gaat om het aandachtig speuren naar de aanrakingskwaliteit. Men merkt dat deze, al oefenend, vergroot en meer diepte, omvang en verscheidenheid krijgt. Nu kan gevraagd worden naar de veranderingen die men speurt. In de haptonomie, de wetenschap van het aanraken, wordt deze aanrakingskwaliteit voortdurend gezocht, geproefd, verfijnd en uitgebreid.
Apotonie
Na deze voorbereidende eutonie-oefeningen kan overgegaan worden tot de apotonie, het aanraken van de medemenselijke partner. Ook hier wordt eerst gevraagd om exakt na te gaan waar men met welke huidsdelen de partner raakt. Vervolgens zal de cliënt voor zichzelf proberen te beschrijven hoe hij de oppervlaktetextuur van het aangeraakte kledingstuk en inz. van de aangeraakte huid ervaart, de warmte ervan, de vochtigheid, de diepte-structuur die flets of stevig of hoe dan ook aandoet, de bewogenheid, de doorlaatbaarheid, de toegankelijkheid ervan. We willen benadrukken dat hierbij fantasie, abstractie en interpretatie ontmoedigd moeten worden om de aandacht te vestigen op de fysiek-zintuiglijke aanrakingsindrukken.
Ik strek al mijn poriën naar jou uit
om jou te tasten, te ruiken, te smaken.
Jij bent zo vaak afwezig, zo ver, zo onbekend.
Ik tast naar jouw ziel, jouw gedachten,
als een blinde die zoekt naar de vorm,
de welving, de holte, de glooiing van je gestalte,
de korrel, de gladheid van je huid,
en de zachte haartjes op je verweerde hand. (1, p. 20).
Fenomenologie
Deze methode, de weg die toegang geeft (Grieks: methodos) tot het verwerkelijken van aanrakingskwaliteit, krijgt zijn filosofische vertaling in de existentiële fenomenologie zoals deze geïntroduceerd werd door wijsgeren als S. KIERKEGAARD, G. MARCEL, M. HEIDEGGER, L. BINSWANGER, J.-P. SARTRE en E. LEVINAS. Voorafgaand aan speculaties over wat filosofisch waar is, zoekt men een onmiddellijk contact met de concrete gegevenheid van de individuele mens om deze vóór alles te laten zijn. Dit ‘Seinlassen’ leidt tot ervaringskwaliteit. En daarom is de kwaliteit of het GOEDE, zoals PLATO reeds zei, een zijnscategorie die voorafgaat aan het WARE. D.w.z. dat de filosofie voorafgegaan wordt door de wetenschap van de ervaring.
De fenomenologische metode zal, in zijn zoektocht naar het meest zintuiglijk konkrete dat er is, een te vlug en voorbarig oordeel opschorten, zoals E. HUSSERL in zijn fenomenologische metode met de “epochè” bedoelde. Het vlug inkaderen van het ervarene binnen bestaande horizonten of denkkaders wordt afgeremd om langer te verwijlen bij de “intentionele analyze”, het zoeken naar dat wat nooit geheel adekwaat in woorden of systemen te vatten is.
Proef HOE de dingen leven,
HOE ze je kussen met hun fysiek,
HOE ze doorheen jou verder bestaan.
Denk niet aan WAT ze zijn of moeten zijn.
Zoek niet naar wat vaststaand waar
of onwrikbaar juist zou zijn.
Je vindt dan slechts dode beelden
in een blauw museum vol witte steen.
Zoek naar levend water
dat aanwast en wegebt,
stroomt, laaft, onvatbaar blijft.
Tast wat zich op elk moment aandient
als een unieke ontmoeting. (1, p. 23).
De methode die als oefening bij het verwerven van aanrakingskwaliteit voorgesteld wordt is dus een bij uitstek fenomenologische methode waarbij de aandacht voor de ervaarbaarheid van de fysiek en kon kreet aangeraakte huid van de partner centraal staat omdat hierdoor juist de psychomotorische tonus- en contactregulatie ontstaat die de aanraking een grotere presentie en een fijnere tastmogelijkheid geeft.
Erkennen
Dit soort aanraken is geen onderwerpend, objektiverend, be-handelend raken. Het is veeleer een niet-verbale erkenning van het persoon-zijn van de partner, een onvoorwaardelijke aanvaarding van diens lichamelijke aanwezlqheid. Als een blinde die een onbekende aanraakt om deze te leren kennen, zo is de erkennende aanraking het niet beoordelen, het niet richten, het niet verzorgen, het niet sturen van de partner, maar het “laten zijn” van de partner. Baby’s, zwaar zieken, stervenden, vermoeide en overspannen partners komen weer tot zichzelf door een woordeloos erkennende aanraking. Hun lijf ontspant zich. Ze kunnen zich mentaal herintegreren.
Toenaderen
De intentionaliteit of de mentale ingesteldheid waarbij men zich een toenaderingsbeweging voorstelt, aktiveert – zoals ECCLES onlangs ontdekte – de premotorische hersenvelden die daardoor kortikaal de bewegingen voorbereiden en reguleren. De tonusregulatie treedt dus op zodra men zich een beweging voorstelt en dit des te meer naarmate men daarbij aandachtig betrokken is. Sommige apotonie-oefeningen of eutonische aanraakoefeningen bestaan hierin dat de kliënt zich reeds instelt op kontakt voordat hij de partner aanraakt. Vervolgens laat hij zijn aanrakingsbeweging ontstaan vanuit deze kontakt-intentionaliteit, niet gestuwd vanuit bekken of schouders, waarin de wil opgeslagen zit.
In de eutonische bewegingsoefeningen van de balletschool van Gerda ALEXANDER, grondlegster van de eutonie, wordt daardoor de natuurlijk-intuïtieve bewegingsmodus van natuurvolken herontdekt. De therapieschool van Hannelore SHARING wendt dit erkennend eutoon contact aan als heilsbehandeling (2).
Strelen
Het strelen is een langs de huid verlopende aanraking. De aanrakingskwaliteit kan er merkelijk door vergroot worden omdat de aanrakende hand, huid of mond achtereenvolgens verschillende gewaarwordingen kan opdoen en deze kan vergelijken, waardoor steeds vernieuwde tonus-regulaties ontstaan.
Van hoofd naar schouder
loopt de stille bocht waarin ik vrede vind,
windstille lijn, grensvlak van weelde en gemis,
de zachte komma, diepe orgelpunt,
waarin ik wonen wil als in een duin.
Lieve lijn. (3, p. 54).
In een apotonie-oefenen wordt de cliënt uitgenodigd om, met een erkennend strelen, de aangeraakte vorm te proeven en te beschrijven, de glooiing ervan, de buiging, de rondingen en holtes, de tonus ervan, de temperatuurverschillen, de vele onzegbare tastverhalen. Zoals bij het aanraken beoogt de kliënt bij dit strelen geen genoegdoening te qeven tenzij een wezenlijke erkenning van andermans zijn en worden. Een erkennend strelen is tevreden met de bereikte ontmoeting. Het zintuiglijke en sensibele beleven rust in het genieten van de erkennende ontdekking van de anders als ander. Het is een genieten van het feit dat de ander anders is, d.w.z. zichzelf kan zijn. ·
Te onderscheiden daarvan is b.v. de sensuele massage: deze verzorgt andermans lichaam en heeft een geef-boodschap. Bij apotonie-oefeningen merkt de partner feilloos scherp of de cliënt hem een sensibel-erkennend contact of een sensueel-verzorgend contact biedt. Beide aanrakings- en strelingswijzen zijn uiteraard waardevol. Als voorbereiding op een erotische en seksuele aanraking komt vooral de erkennende aanraking in aanmerking. Bij seksuele dyspareunie zal men dus in eerste instantie de kliënten vaardigheid bijbrengen in een erkennend toenaderen, aanraken en strelen. Dit soort aanraking is ook de voorafgaande basis voor een erotische en seksuele beroering Maar haar draagwijdte is veel ruimer en haar toepasbaarheid onbeperkt. Zij heeft in wezen niets te maken met erotiek. Zij heeft te maken met een lichamelijk uitgedrukte erkenning voor de medemens. Zij is een respectvol aanwezig-zijn bij en voor een ander. De erkennende aanraking is een weldaad voor kind, volwassene en ouderling in praktisch alle omstandigheden, misschien nog het meest bij onrust, pijn, ziekte of sterven, maar ook bij blijdschap en genoegen, bij begroeting en afscheid.
(1) F. CUVELIER, Tussen jou en mij; grondslagen van het omgaan met elkaar, Kappellen, De Nederlandsche Boekhandel, 1983.
(2) Voor een situering van eutonie: F. CUVELIER, Eutonie, historiek en princiepen; in: H. CAMMAER, De mens benaderen in zijn lichamelijkheid, Deventer, Van Loghum Slalerus, 1982. pp. 203-213.
(3) M. VASALIS, Vergezichten en gezichten (poêziebundel). Amsterdam, Van Oorschot. 1954.
