Seksualiteit naar geest en naar lichaam

De beleving van de seksualiteit leidt, vaker dan men zou vermoeden, tot onvrede, om niet te zeggen tot conflict en geruzie. Eén van de oorzaken daarvan is het verschil van benadering. De seksualiteitsbeleving is een totaliteitsbeleving die zowel lijfelijk-biologische, als relationele en psychologische niveaus omvat. Daarenboven heeft elke seksualiteitsbeleving een ontwikkelingsverloop in de tijd, het is een proces, een korte geschiedenis met een aanlooptijd, een bloeitijd en een uitlooptijd. Bij de seksualiteitsbeleving zijn er twee partners betrokken, en deze zijn binnen dit tijdsverloop niet onzelden op een ander belevingsniveau ingesteld.Met de beleving van de seksualiteit naar de geest bedoelen we dat je ingesteld bent op de verinnerlijkte ervaring vari de nabijheid en aanwezigheid van je partner. Je geest maakt zich vrij van andere beslommeringen, je zoekt wat intiemer contact, je stemt je hart af op een vleugje liefhebben en een beetje geliefd-worden, hetgeen zich uit in een liefkozend gebaar of een woord van genegenheid.

Daardoor opent zich je geest. Je laat de ander binnen in je geest. Je innerlijk gemoed laat zich vervuld raken door het besef dat de ander psychisch dichtbij is, dat hij levendig in je geest aanwezig is. Diens fysieke nabijheid kan dit geestelijke contact enkel maar beamen. Met de beleving van de seksualiteit naar het lichaam bedoelen we dat je gehele lijf zich instelt op een concrete, lijfelijke activiteit waarbij zowel het zien, het horen, het ruiken, het aanraken en strelen gericht zijn op een fysiek contact en een innerlijk doorstromen van energie. Deze innerlijk voelbare stroom van bloed en zenuwen doorstralen je gehele lijf in zijn gerichtheid op het intieme omgaan met de partner. Want het is door je reële hier nu contact met je seksuele partner dat je fysiek alert, levend, opgeladen, geestdriftig wordt.

Binnen de heteroseksuele ontmoeting kennen zowel vrouw als man deze beleving en naar de geest en naar het lichaam. Maar daar deze beleving zo alomvattend is gebeurt het vaak dat ofwel het ene niveau ofwel het andere niveau op de voorgrond staat. De vrouwelijke partner start meestal bij het contact besef naar de geest. Vanuit een innerlijk contact met de geest van haar man laat ze dit gevoel doorsijpelen tot in het diepste van het lijfelijke beleven, tot in de tenen, tot in haar diepste ingewanden. Eerst is er de beleving naar de geest en vervolgens de uitbloei ervan naar de lichamelijkheid. De geest daalt neer in de lichamelijkheid, zoals het zaad in de aarde.

Deze opeenvolging heeft te maken met de zeer diep ingewortelde ontvankelijkheid van de moederschoot, die geborgenheid biedt na de bevruchting. Als moeder heb je al lang geestelijk contact met je kind alvorens het lichamelijk te voorschijn komt. En als extreem genomen, de beleving van de seksualiteit naar de geest de lichamelijke beleving ervan terzijde schuift, dan is er niet eens een fysieke aanwezigheid van een partner nodig. Men denke aan het mythische beeld van de heilige Geest die neerdaalt in de maagd Maria. Dit vertaalt zich sociologisch ook in de waardering voor het bewust ongehuwd moederschap. Ook al wordt de seksualiteit naar het lichaam naderhand ervaren als hemels, zij is een vervolg van iets wat eerst komt.

De mannelijke partner start bij de seksualiteit naar het lichaam, om vanuit zijn lijfelijke diepte de geest naar boven te halen, om deze te voorschijn te roepen. Vanuit het lichamelijke contact met zijn vrouw wordt hij gevoelsmatig aangesproken en van daaruit ontdekt hij het dieper geestelijk contact met de partner die hem nu als geliefde verschijnt. Als biologische ondergrond is er de oprijzende fallus die als een plant uit de aarde omhoog schiet en zo vlug mogelijk de zon wil zien. Door te handelen wil de man de geest bevrijden uit de lichamelijkheid waarin hij verborgen zit. Door zijn zintuigen en zijn lichamelijke bewogenheid wil hij de geest tevoorschijn roepen. Eerst is er de fysieke bewogenheid, vervolgens duikt de geest op, als het ware buiten hemzelf, in de partner waarmee hij zich dan één weet. Wordt, extreem genoemd, dit tweede niveau, dat van de seksualiteit naar de geest, terzijde gelaten, dan is er zelfs een seksuele ontmoeting mogelijk met een onbekende persoon of een hoer, als deze maar de lijfelijke gewaarwordingen weet op te roepen die kenmerkend zijn voor een seksuele opwinding.

Ons logo kan geïnterpreteerd worden als een samengaan van de mannelijke seksualiteit (links) die, in de lichamelijkheid geworteld, oprijst naar boven orn bovengronds in de geest naar binnen te draaien, en van de vrouwelijke seksualiteit (rechts) die, ontvankelijk voor wat van boven in haar neerdaalt, er eerst op gericht is om, in de aarde, de geest als zaad te laten ontkiemen. Het logo kan ook, wat de seksualiteitsbeleving betreft, gelezen worden van onder naar boven: bij de man (links) komt er eerst de lichamelijkheid die openbloeit in de geest, bij de vrouw (rechts) is de seksualiteit gegrond in de geest, die vervolgens openbloeit in de lichamelijkheid. Respecteer je dit verschil, en richt je je aandacht op de seksualiteitsbeleving in haar geheel, dan lopen beide niveaus in elkaar over. De seksualiteit naar het lichaam ruggesteunt de seksualiteit naar de geest, en andersom, zoals ook in het logo beide figuurtjes tegen elkaar aanleunen. Dan maken de partners geen punt van dit verschil. Zij accepteren dat zij als vrouw en als man een andere benadering meemaken in de verhouding geest-lichaam. Zij laten de niveaus in elkaar vloeien. Het heet dan dat zij zich tezamen één voelen, en dat ook in henzelf beide niveaus één zijn geworden. Dit is de gelukservaring van de niet meer opgedeelde éénwording.

Deze integratie van de verschillen wordt evenwel sterk bemoeilijkt wanneer één van beiden, of beiden, hun eigen benadering aan de ander willen opdringen. De vrouw wil dan b.v. dat haar man eerst zijn geestelijk contact met haar voelbaar maakt, door een lief woordje, door erkenning, door respectvolle toenadering, door verwoording van fijner gevoel, door tedere liefkozing. De man wil dan b.v. dat zijn vrouw zich uiterlijk voor hem mooi maakt, dat ze zich richt op zowel haar als zijn fysieke aantrekkelijkheid, dat ze blijk geeft te genieten van sensueel, zintuigelijk genot.

Niets is aangenamer als zulks wederzijds gebeurt. Maar o wee als de partner niet aan de verwachtingen voldoet. Dan wordt de man uitgescholden als seks-maniak die zijn vrouw als hoer misbruikt, enkel uit op eigen fysiek genot. Dan wordt de vrouw uitgescholden als een castrerende trut die alleen maar gelooft in sprookjesromantiek. We zullen niet op schrift stellen welke beledigende scheldwoorden dan in de mond genomen worden. De seksualiteitsbeleving heeft dus, naast het biologische en het psychische, ook een relationeel niveau. Op dit niveau gaat het om een wederzijdse verstandhouding, het niet krampachtig vasthouden aan de eigen wil, de tolerantie voor het verschil, de gelijkwaardigheid van de belevingen, de lotsverbondenheid in het slagen of mislukken van de seksuele ontmoeting. In onze postmoderne samenleving die individualiteit en zelfontplooiing als voornaamste waarden naar voren schuift (MMW 512), zal het meer en meer een uitdaging worden om deze dialogale seksualiteitsbeleving te laten openbloeien.