De toekomst komt in ons naar binnen
om er zichzelf vorm te geven
lang voordat ze buiten plaats zal vinden.
A.M. RILKE
Ons bewustzijn bestrijkt slechts, zoals een zaklantaarn bij nacht, een beperkte strook werkelijkheid.
Alle facetten van de werkelijkheid waarmee wij niet vanuit bewuste keuzen te maken hebben, vallen buiten onze aandacht. Een man heeft geen besef van wat er in huis op een kast of vensterbank staat als hij deze nooit eens afstoft of de plantjes eens water geeft. Een vrouw kan niet zeggen welk gereedschap haar man aan de muur van de garage heeft hangen als zij nooit eens een tang of een hamer gebruikt. Ons bewustzijn is dus beperkt tot de handelingsprojecten waarmee wij de werkelijkheid bejegenen (zie 121 in Nr.47) en tot de vrijwillige bejegeningen ten overstaan van de medemens (zie 121 in Nr.50).
Al het overige valt buiten de kringloop van de bewuste bejegening. Wat niet wil zeggen dat dit ‘overige’ ons niet wezenlijk zou voeden, steunen, stimuleren, confronteren, afremmen, vernietigen. Velerlei facetten van de werkelijkheid gaan onopvallend aan ons bewustzijn voorbij, maar beïnvloeden ons van zeer nabij. Denken we maar aan onze eigen bloedsomloop en onze bloeddruk, onze dagdagelijkse automatismen, vele tussenmenselijke rituelen, ons sociaal en fysiek milieu, de structuren waarbinnen wij werken, de struktuur van de taal die wij spreken. Een niet te bepalen percentage van de werkelijkheid is voor ons onbekend. Door het besef dat er een voor ons onbekende werkelijkheid bestaat, betrekken wij er ons op. Met huiver. Met kritische voorzichtigheid. Wij vragen ons af welke de waarde en de zin ervan kan zijn. Welk is het belang ervan voor ons leven? Hoe kunnen wij er meer omgaan als die werkelijkheid onbekend blijft? Kortom gezegd: Hoe bejegenen wij het onbekende? Zoals bij elke vorm van bejegening (zie 072 in Nr.54) onderkennen wi] ook hier vier belangrijke momenten, gesymboliseerd als de vier kwadranten van een bejegeningskringloop.
1. Ook al kunnen wij het onbekende, per definitie, niet kennen, wij kunnen wel beseffen dat er een, voor ons alsnog onbekende, werkelijkheid (O.W.) bestaat. Het werkelijke, zuivere besef hieromtrent, kan er zich geen ander beeld van maken tenzij dat ‘het’ er ‘is’. Wij moeten alle gedachten er over, zo goede als kwade, opzij laten. Wij kunnen er geen termen voor smeden. Wij kunnen het niet invullen. Wij kunnen er op zijn best alleen maar bij stilstaan. En ons laten doordringen dat er nog oneindig veel onbekendheid in ons en rondom ons en tussen ons in is. Wij kunnen ook ons intuïtieve zintuig aanscherpen om waar te kunnen nemen of dat onbekende goed is voor ons, of slecht is voor ons. Hier doen zich twee mogelijkheden voor. De ene mens krijgt voeling met het onbekende onder de vorm van onheil.
Het onbekende bedreigt, overweldigt, drukt teneer. Het wordt ervaren als een vijandige overmacht, een duisternis, een doem, iets waarvan men maar best uit de buurt blijft. De andere mens krijgt voeling met het onbekende onder de vorm van heil. Het onbekende is het reservoir van scheppende kracht, de bron, de oorsprong van vele mogelijkheden. Het inspireert, daagt uit, maakt de mens redzaam, bevrijdt, behoedt, geeft leven. Het is eigen aan alle godsdiensten dat zij de onbekende werkelijkheid uiteindelijk als heilzaam en hoopvol ervaren.
2. Wij kunnen door het onbekende, als onbekende, geraakt worden. Het kan zeer intense, indringende gewaarwordingen oproepen in ons hart en ons beleven. Het existentiële levensgevoel kan hiermee te maken hebben. Het kan huiver oproepen, schroom, angst, ontroering, gefascineerdheid. Het kan ook een gevoel opwekken van onverschilligheid, desinteresse, apathie. Wie de onbekende, omvattende werkelijkheid ervaart als onheil, voelt er zich door verpletterd, teneergedrukt, ontmoedigd. Het onbekende weegt als een zwaar en onontkoombaar gewicht op de schouders. Het onheil verspert elke mogelijke uitweg uit de impasse die het leven is. Wie daarentegen de onbekende, omvattende werkelijkheid ervaart als heil, voelt er zich door bevrijd, verlost, opgemonterd, beveiligd, verlicht. Het geeft moed en hoop. Het brengt innerlijke rust. Het motiveert tot leven en tot het opnemen van uitdagingen.
3. Zal de mens zich verbinden met deze onbekende werkelijkheid en de daarin sluimerende krachten? Als de mens er zich laat door geraakt worden, kan het moeilijk anders of hij zal zijn leven op een of andere wijze door deze onbekende krachten laten beïnvloeden.
Wie opgroeit in het besef dat het lot tegen ons is, dat de misère die wij meemaken het gevolg is van krachten die buiten ons bereik liggen, en dat individuele inspanningen dus niets zullen opleveren, die verbindt zich met hulpeloosheid en apathie (1). Deze mensen maken defaitistische opties en maken zichzelf wijs dat het toch niet anders dan slecht kan aflopen. Wie opgegroeid is met een flinke dosis erkenning, affectie en begeleiding, ervaart het onbekende als veilig en kiest om zich met deze positieve, onbekende krachten te verbinden en er zich aan toe te vertrouwen.
4. Vanuit dit vertrouwen in het onbekende van het leven, scheppen zij ruimte en veerkracht om te leven, en moed en soepelheid om de opdagende crisissen te overwinnen. Uit onderzoek omtrent de wereldgezondheid blijkt dat de langste levenskansen voorbehouden zijn aan hen die opgegroeid zijn en leven binnen psycho-sociaal veilige gezinnen. Hun lichamen bouwen makkelijker antistoffen op tegen infecties, en hun herstelkrachten zijn sterker dan bij mensen die geen innerlijke veiligheid en veerkracht hebben opgebouwd (1). Zij die, binnen welke sociale klasse ook, geen psycho-sociale verzorging genoten, zuigen vanuit het onbekende een negativistische kracht naar zich toe, en zij hebben dan ook veel minder fysieke veerkracht om ziekten en infecties te boven te komen.
En zo is de bejegeningskringloop rond. Wie zich een fysiek en mentaal gezond organisme schept, zal de onbekende werkelijkheid ook meer vertrouwen en er vanuit dat vertrouwen meer intuïtief contact mee krijgen. Wie zich meditatief en met open geest toegankelijk stelt voor de inwerking van wat het onbekende als levensverwekkende krachten uitstraalt, die zal er makkelijker verbonden mee raken en zelf op zijn beurt het leven scheppen. Maar wie zich verzwakt en wanhopig doorheen de dagen voortsleept, die zal het onbekende met wantrouwen bejegenen en enkel contact krijgen met het onheil dat er in verborgen kan zijn. Door zich daarmee te verbinden, gaat het in hem woekeren, en verwerkelijkt het zich in hulpeloosheid en depressie.
Hebben wij tussen die twee wegen een keuze? Of overkomt ons dit als een blind noodlot? Wie de onbekende werkelijkheid wantrouwig bejegent, raakt gevangen in een diep ingrijpende, negatieve kringloop. Wie de onbekende werkelijkheid positief bejegent, wordt er door gedragen en gestimuleerd om zelf leven te scheppen. Wij. mensen, kunnen het niet nalaten de laatste, prangende vraag te stellen: maken wij onszelf iets wijs, of bestaat dat onbekende werkelijk als iets positiefs of als iets negatiefs.
Daar deze werkelijkheid per definitie niet rechtstreeks waarneembaar is (eerste kwadrant), kunnen wij er ons pas van vergewissen door ze te bejegenen, door er mee om te gaan. Want dat doen wij in elk geval: wij gaan er ons toe verhouden. En het enige dat wij er kunnen over zeggen is dat een bejegening met het onbekende heil ons veel zinniger, veerkrachtiger en scheppender doet leven, terwijl een bejegening met het onbekende onheil ons deprimeert, verlamt, en vlugger doet sterven. Dat is de geestelijke realiteit waar praktisch alle godsdiensten ons hart en onze geest op richten. Het is ook de basis-realiteit waar elke zingevings-psychoterapie zich op bazeert. En recent wereldomvattend onderzoek weerhoudt het als de uiteindelijke factor die een mens en een bevolking fysiek gezond of ongezond maakt (1).
(1) Leonard SAGAN, Het gezin als hoeksteen van de gezondheid, Kaos 16 (1988)15-24. Vertaald uit het engels. Samenvatting van hel boek: The health of nations: true causes of sickness and wellbeing.
