Hoe partners elkaar helpen

Wanneer er zich binnen een partnerrelatie psychologische problemen voordoen, dan zijn de partners zelf, als meest nabij betrokkcnen, de eersten orn te proberen elkaar bij te staan en mekaar te helpen. Maar men klampt ook vaak vrienden en kennissen aan orn door hen geholpen te worden. En een kleine minderheid wendt zich tot een echtpaartherapeut of een relatieconsulent. Hierbij stelt zich de vraag hoe de meerderheid van de partners zich behelpen, en of men meer gebaat is met hulp vanwege de eigen partner of met hulp vanwege buitenstaanders En waarin kan die hulp bestaan? Hoe kan ze aan kwaliteit winnen?

1. Wanneer een partner haar/zijn problemen bespreekbaar maakt dan heeft de andere partner makkelijk de m:i~1ir1u 0111 qcdraqsadviezon te ycver1. ‘Doe het zo. Pak het op deze wijze aan.’ Men geeft goede raad. Men bedenkt een zinnig advies.
2. Vaak ook stelt de partner voor orn de kwestie eens vanuit een ander standpunt te bekijken. Deze herinterpretatie van de problematiek reikt een andere bril aan om de zaak met andere ogen te bekijken, om dingen te relativeren, om ze vanuit een nieuw perspectief te benaderen.
3. De helpende partner reikt ook makkelijk eigen oplossingen aan. ‘Als ik jou was, dan zou ik het zo oplossen’. ‘Ik los zo’n probleem op deze wijze op’.
4. Daarbij houdt de partner meestal niet zijn/haar kritiek in. ‘Zoals jij dat aanpakt, kan het niet anders dan mislukken’.
Spontaan helpgedrag tussen partners.
Het is vanzelfsprekend dat partners, die onderling hun dagdagelijkse psychologische problemen bediscussiëren, proberen om mekaar daarin bij te staan. De globale huwelijkstevredenheid hangt trouwens af, zoals studies uitwijzen, van de mate waarin partners elkaars problemen kunnen helpen oplossen. Maar hoe doet men dat? Uit het schaarse onderzoek hieromtrent (1) komen een zestal tendensen naar voor. Deze vier tendensen geven uiting aan een stijl die er van uitgaat dat het geven van richtlijnen en adviezen de partner zal helpen. Opvallend daarbij is dat cle luisterende, erkennende houding achterwege blijft. 
5. Over het algemeen leeft men zich zelden empatisch in in de belevingswereld van de partner, en men drukt weinig erkenning uit voor de eigenlijke achtergrond van de problematiek.
6. Ook wordt er, zoals door korte tussenwerpsels als ‘Hm-hm’, ‘Ah zo’ en ‘Ja !’ kan gebeuren, weinig medeleven betoond. Schaars zijn deze korte, gevoelsmatige uitingen van de aandacht en de belangstelling die men voor de ander heeft. Partners betonen niet vlug dat ze op dezelfde golflengte meeluisteren. In hun onderlinge bejegening zijn partners dus vooral probleemoplossend van instelling. Zij proberen een beter zicht te krijgen op de problematiek, en deze eventueel vanuit een ander perspectief te herinterpreteren (eerste kwadrant) om vervolgens zelf een oplossing aan te reiken aan de partner (vierde kwadrant). Dit weerspiegelt een eerder archetypisch mannelijke ingesteldheid. Zijn het misschien de gedragswijzen waar de mannelijke onderzoekers naar gekeken hebben?

Buitenstaanders, zoals vrienden, kennissen en familieleden, zijn minder meteen oplossingsgericht. Zij besteden meer tijd aan het inwinnen van informatie over hoe het probleem in elkaar steekt. Zoals de partners zelf hebben zij ook een sterke neiging tot herinterpretatie van het gegeven. Gedragswijzen waar de onderzoekers ook naar gekeken hebben, en die niet als opvallend naar voor kwamen zijn:
(a) medelevende zelfexpressie waarbij de luisterende partner aangeeft ook dezelfde gedachten of gevoelens te kennen,
(b) onderzoek naar de gevoelens en de mogelijke oorzaken van het probleem,
(c) aanmoediging en morele steunverlening voor de partner die met het probleem worstelt.
We kunnen stellen clat de gevoelskant van de problematiek (tweede kwadrant) weinig samen geëxploreerd wordt. In onze samnenleving wordt daaromtrent ook weinig modelgedrag vertoond.Te weinig ruimte voor het gevoel.De meeste problemen worden tot een probleem doordat men er zich ongelukkig, teleurgesteld, onmachtig of mistevreden bij voelt. I Ict yevocl spoelt dus een cruciale rol binnen elke psychologische problematiek. Gevoel is de innerlijke aanzet lot een reactie op het probleemgegeven (MMW 121 p. 11 ).

Men wil er van weglopen, men wil er tegenaan gaan, men verstijft in paniek, men voelt zich machteloos en verslagen. Het govoel mobilizeert in de neurofysiologische huishouding van ons organisme alles wat nodig is orn op de probleemsituatie te gaan reageren, en dit op de meest primaire, instinctmatige, Intuïtieve wijze. Omdat ons verstand vlug tussenkomt orn deze primaire vlucht- of vecht-reacties te laxeren, blijft de hele op gang gekomen reactie in de startblokken steken. Zoals bij de start op een renbaan draaien de motoren op volle toeren, maar het rode licht houdt de explosie nog tegen.

Heel deze innerlijke activiteit – voorbereiding van de motoriek, bloeddoorstroming, ademhaling, adrenaline, enz. meldt zich in ons bewustzijn als gevoel. Kan de reactie doorgang vinden; dan is men ook het gevoel kwijt, dan voelt men zich opgelucht en 111nerl1JI< terug vnj. –….. En het gevoel heelt zo zijn redenen, waar het redelijke verstand niet bij kan. Het gevoel ordent zich, het regelt zich, het balanceert zich uit, àls .. als het ruimte krijgt om in het bewustzijn doorgewerkt te worden. Dit wil zeggen dat de gevoelens gevoeld mogen worden, dat men ercontact mee maakt, dat men ze onder een acceptabele vorm te voorschijn mag laten komen. Kortom, dat men ze aan mekaar onder woorden kan brengen, dat men er bij stilstaat, dat men er ruimte en tijd aan geeft. Enkel onder deze voorwaarden kan men er in het reine rnee komen. Dan begrijpt men gevoelsmatig hoe het probleem in elkaar steekt. En dun verzint het gevoel een aanpak of benadering die het gevoel meer bevredigt. De gevoelsbevrediging ligt vaak op een heel ander domein dan op dit van de zakelijke oplossing van het probleem. Het kan zelfs dat het probleem blijft wat het is, maar dat de gevoelsreactie daaromtrent verandert. Het gevoel wil in eerste instantie er mogen zijn. En dan reguleert het grotendeels zichzelf. /\Is hel gehoor krijgt, stelt het zich ook open voor de rede. Bij probleemsituaties kan men in de bejegeningskringloop niet doorstoten naar de rede (derde kwadrant) zonder doorheen het gevoel te gaan (tweede kwadrant).
We mogen dus verwachten dat partners elkaar beter zouden kunnen helpen wanneer zij minder onmiddellijk ‘helpen’, maar wanneer zij meer stilstaan bij de gevoelens van onvrede, er naar luisteren, er ruimte voor maken zodat deze gevoelens woorden vinden om er vat op te krijgen.

Het gevoel als moeras of aIs springplank
Een klassiek en veel voorkomend vrouw-man probleem is het paar waar de vrouw streeft naar affectieve nabijheid en gevoelscomrnunicatie (tweede kwadrant van de bejegening) en waar de man streeft naar zakelijke en beheerbare oplossingen (vierde kwadrant). ‘De vrouw voelt zich pijnlijk gefrustreerd in haar pogingen haar man emotioneel tot leven te brengen, en de man reageert welbewust en redelijk in een poging zijn vrouw te sussen’ (5). Bij de partnerproblematiek constateert men herhaaldelijk het patroon van de vrouw die gevoel en emotie ziet als dé springplank vanwaar men in de volle relatie terecht komt, en van de man die vreest te verzuipen in hel gevoelsmoeras en die dan ook zo ver mogelijk uit de buurt ervan blijft.

Daar vrouw en man zeer verschillend reageren op psychologische problemen, creëert dit op zichzelf ook een probleem. Partners verliezen hun onderling contact. Zij staan, elk aan zijn kant, alleen met het probleem. En dan ontwikkelt zich makkelijk een vicieuze krinqloop. De vrouw voelt zich niet begrepen, alsof haar man haar niet ‘wil’ begrijpen. Vanuit haar diepe verlangen naar affectief contact, gaat ze knokken op de deur van haar man, opdat deze zijn gemoed zou openen voor gevoel (2). Maar de man beleeft dit niet als een expressie van behoefte aan nabijheid; hij voelt zich aangevallen. Hij voelt zich dan als aan de grond genageld, perplex, niet in staat een zinnige reactie te geven. Hij voelt zich ineenkrimpen tot een klein bolletje, niet bij machte zijn gevoel van kwetsbaarheid en onmacht te uiten, en ook overtuigd dat de uiting ervan de problemen alleen maar zou vergroten. Dit gedrag wordt dan verkeerdelijk geïnterpreteerd als een afhaken. een afstandelijkheid, een koude en rnorbiede gevoelloosheid. Waardoor de vrouw zich nog meer afgewezen voelt (4). Hetgeen haar kwaadheid vergroot. Waardoor de man zich nog meer afgewezen voelt.

Wederzijdse h~bij_de gevoelsbeleving.
De zelfhulp bij deze en soortgelijke partnerproblemen zal dus gezocht moeten worden in een adequater omgaan met het gevoelsleven. Dit hebben wij niet geleerd. Maar wij kunnen het leren: Partners kunnen het tezamen leren. Een eerste vereiste daarbij is dat men innerlijk instemt met de idee dat het gevoelsleven iets belangrijk is, en dat het met zorg beheerd moet worden. Te vaak herleidt men het gevoel tot iets marginaals, tot navelstaarderij, soft gedoe. Men vergeet daarbij clan dat alle grote gebeurtenissen van het leven onderschraagd zijn door zeer sterke gevoelens. Het partnerschap als dusdanig wordt gedragen door diepe qevcelens.van liefde, van genegenheid, van verbondenheid, van ontliefdheicl, van ressentiment, _….,-van–wc1lg:’\l;ii1 eenzaamheid, van hoop, van vergevensgezindheid, van vernieuwd vertrouwen, van – herstelde vriendschap, enzovoort. Beseft men het belang van gevoelens. en wil men ze beter beheren, dan kan men zich behelpen met de volgende stappen (3)

1. Worstelt de partner met een probleem, dan sta men er bij stil, men scheppe de psvchologische ruimte en de nodige tijd om zich op de kern van het probleem tekunnen concentreren Dikwijls vorgt na een zekere tijd en een aantal verwoordingspogingen vooraleer men het eigenlijke probleem te pakken krijgt. Niet zelden ligt het echt moeilijk en pijnlijk weggestopt onder oppervlakkiger verhalen.

2. Vervolgens sta men de partner bij om rustig te ontdekken welke gevoelens door de probleemsituatie opgeroepen worden. Aanvankelijk is het gevoel als een brede, chaotisch stromende Nijl. Geleidelijk aan onderkent men, als in de Nijldelta, een aantal meer specifieke gevoelens, die benoemd kunnen worden. Neemt men contact met de gevoelsstroom, dan zoekt die zijn eigenlijke bedding.

3. Het gevoelsleven wordt beheerbaar als men greep krijgt op de stroming ervan. Men krijgt er greep op wanneer men ze begrijpt. Men begrijpt ze wanneer ze een vorm hebben gekregen. Ze krijgen vorm wanneer ze gesymboliseerd of aanqertuid worden met een woord, een gebaar, een beeld. Men kan zijn partner hierbij helpen door te vragen naar een verwoording ervan, eventueel met het daarbij horende gebaar.

4. Daarbij kan het van nut zijn om samen te bevragen waar men het gevoel ook lijfelijk gewaar wordt, als een zwaarte op de maag, als een dichtgeknepen keel, als een pijnlijk gespannen nek, als een bibbering in de knieën. Dit lijfelijk ondervindelijk voelen van het gevoel wordt in het psychoterapiejargon ‘focusing’ genoemd (3). Dit helpt om er innerlijk contact mee te maken. Het illustreert dat het gevoel een aanzet is tot een lijfelijke reactie.

5. Men helpe elkander om elk soort gevoel een ‘gevoel’ te noemen. Ook de angst om te voelen, is als .anqst het voornaamste gevoel. Ook de neiging om zich te verzetten tegen gevoel is een gevoel. Ook kilheid en afstandelijkheid zijn gevoel. Ze mogen als dusdanig benoemd worden. Pas als de meest vooraan liggende gevoelens gevoeld en verwoord kunnen worden komt er ruimte voor een verdere ontwikkeling van de gevoelsstroom,

6. De gevoelsstroom zoekt naar zijn bedding. Pin je partner nooit vast op een eerste of een tweede poging om woorden te geven aan het gevoel. Bezie het eerder als een zoektocht. ‘Ik ben kwaad … , neen, eerder gelrriteerd … , of neen, geprikkeld, uitgedaagd … , tot een duel uitgedaagd’. ‘Zou het dát zijn?’ Het gevoel zoekt, waar het de kans krijgt, om zo eerlijk en betrouwbaar mogelijk aan te geven waartoe ons organisme bewogen wordt.

7. En uiteindelijk zoekt het gevoel die bedding in de delta langswaar het uitmondt op de haven die, in de gegeven omstandigheden, meer rust en tevredenheid kan geven. In de zoektocht naar de meest eerlijke verwoording van het gevoel zoekt ons organisme naar grotere kwaliteit. In het gegeven voorbeeld is dit misschien : Ik voel me tot een duel uitgedaagd, ja dat is het. ik voel me in staat om de degens te kruisen, ik geef me niet zomaar gewonnen. Nu voel ik hot. .. daarom gaat het. Ik voel me gemotiveerd om de handschoen om te nemen! Ik wil op de uitdaging ingaan. Daarbij merkt men dan een verschuiving in het gevoel. De dellahaven waar men met het volgen van de gevoelsstroom terecht komt geeft een gevoel rial te vergelijken is met een verlichting, een opluchting, een herademing, een bevrijding, een doorstrorninq, een opstanding.

Tenslotte kan men samen overwegen waar dat bevrijdende gevoel toe leidt. Want gevoel is aanzet tot reageren. Welk plan rijpt? Welke optie dient zich aan? Het is niet omdat men ergens een goed 91 voel over heelt, dat dit makkelijk te realiseren valt. De gevoelsmatig goed uitziende oplossing vergt soms heel wat inspanruno, en kan moeite kosten. Men kan clan samen de kosten en baten tegen elkaar afwegen. De rede staat ons bij. De haalbaarheid wordt onderzocht. Tenslotte waagt men het experiment.
De partner helpen is ook zichzelf behelpen Niemand kan de partner goed bijstaan in deze zoektocht van het gevoel, als hij niet zelf met-eigen gevoel weet om te gaan. Maar het geduldig beluisteren en erkennen van de zoektocht die de partner aflegt, is ook een leerschool voor het eigen gemoedsbeheer. Beiden kunnen samengaan: zichzelf behelpen door de partner te helpen. Leren van elkaar.

Het verdient aanbeveling om mekaar te leren omgaan met gevoel naar aanleiding van niet té zware of té geladen problemen. Dan kan men zich cfe hoger beschreven stappen eigen maken. En heeft men dit bewoud verworven. dan is men gewapend voor de eryere stromen.

(1) Chris BARKER, lnformal helping in partner and stranger dyads, J. Marriage and Family, 49 (aug.1987) 5, pp. 541-547
(2) Ferdinand CUVELIER, Tussen jou en mij; grondslagen van het omgaan met elkaar, Kapellen,Pelckmans, 1983, p. 31
(3) Eugen GENDLIN, Focusing, New York, Bantam Books, 1978
(4) Leslie GREENBERG and Susan JOHNSON, Ernotionally focussed couples therapy, in W.S.JACOBSON and A.S. GURMAN, Clinical Handbook of marital therapy, New York, Guilford, 1986,pp. 253-276
(5) Joseph SHAY, Mannelijke therapeuten bij paartherapie: overdracht, tegenoverdracht en sociaal politieke overwegingen, Gezinsterapie, selectie uit de internat. vakliteratuur, 3 ( 1994) 146-164, p148