Ziek of onwetend, verward of onbestemd?

We gebruiken allerlei ‘kaarten’ of ‘plattegronden’ om ons in het leven te oriënteren.De gehele voorstellingswereld heeft niet tot doel een afbeelding van de werkelijkheid te zijn, maar is een instrument waarmee we gemakkelijker onze weg in de wereld kunnen vinden (1). Omtrent psychische en relationele problemen zijn ook allerlei denkmodellen in omloop, die we in een viertal families samenvatten. Een eerste familie inspireert zich aan het zlekte-model. Het organisme is van nature qezond, maar kan ontregeld of geïnfecteerd worden. Door hulp van een buitenstaanderspecialist, de arts, kan het organisme op weg gezet worden naar regeneratie. De toepassing van dit medisch model op problemen van sociaal-psychologische aard (2) induceert dat de oorzaken van de problemen buiten onszelf liggen en dat een expert psychotherapeut nodig is om ze te ‘behandelen’.

Binnen deze denktrant is de problematiek waar een mens mee worstelt een ziekte en hoort het begeleiden van mensen thuis in de (geestelijke) gezondheidszorg. Een tweede familie wijt de psychosociale moeilijkheden aan onkunde en onwetendheid. Mensen leven onbewust en zijn niet opgevoed tot het omgaan met elkaar: We hebben niet geleerd hoe de conflicten in ons en rondom ons – te hanteren en op te lossen. We lijden onder een psycho-sociaal analfabetisme; Dit agogisch model (3) zal eerder technieken en werkwijzen ontwikkelen die thuishoren in de (permanente) volwassenenvorming. Men kan niet ‘van nature’ rekenen, lezen, schrijven. Evenmin kan men, binnen een steeds ingewikkelder wordende maatschappij, louter uit zichzelf tot de nodige levenskennis komen. Zonder scholing blijft men hangen op een nivo dat te laag is om de grotere veeleisendheid van onze samenleving aan te kunnen. Een derde denktrant baseert zich op emancipatie (4) en creativiteit (5) als voornaamste waarden. Zoals in het scheppingsverhaal vertrekt men van een ongevormde, chaotische maar krachtige baaierd. De kunst bestaat er in vorm te geven aan deze krachten, ze in te bedden, ze tot nieuwe scheppingen te leiden. Hier is er geen vooraf bepaald scholingsprogramma. leder is geroepen tot bevrijding uit de wurggreep en de verwarring. Maatschappelijk gezien zou deze benadering thuishoren bij een Ministerie van Schone Kunsten. Een vierde familie ziet de kern van de psychosociale problematiek als een missen van het doel. Men is ‘er naast’. Volgens dit model helpt vooral het zich juister instellen op de eigen levenswaarden, het leven vanuit een vertrouwen in eigen bestemming. doelgerichtheid en zingeving (6) dienen uitgezuiverd te worden.

Men komt uit de problemen door zich te ‘bekeren’ tot een hogere inspiratie. Het is de hogere finaliteit die aantrekt en ons wegroept uit de vertrouwde maar beklemmende onbestemdheid. In elk van deze landkaarten wordt een stukje van de realiteit toegelicht. Het enige gevaar is dat men zich tot één enkele landkaart beperkt. Onze werkwijze inspireert zich aan de ontdekkingsreiziger of antropoloog die een vreemd land betreedt. Voor dit bepaalde land van dit bepaalde gezin of deze bepaalde persoon is er nog geen kaart. Begeleiden wil zeggen : een kaart ontwerpen voor dit bepaalde land zodat de bewoners van dit land zich daarin kunnen bewegen en organiseren. De antropoloog zal zich uiteraard, in zijn achterhoofd, wel laten inspireren door de modellen die hem van elders vertrouwd zijn. Maar hij zal ze ook moeten kunnen loslaten, anders wordt zijn kijk er door ingeperkt.

We gebruiken allerlei ‘kaarten’ of ‘plattegronden’ om ons in het leven te oriënteren.De gehele voorstellingswereld heeft niet tot doel een afbeelding van de werkelijkheid te zijn, maar is een instrument waarmee we gemakkelijker onze weg in de wereld kunnen vinden (1). Omtrent psychische en relationele problemen zijn ook allerlei denkmodellen in omloop, die we in een viertal families samenvatten. Een eerste familie inspireert zich aan het zlekte-model. Het organisme is van nature qezond, maar kan ontregeld of geïnfecteerd worden. Door hulp van een buitenstaanderspecialist, de arts, kan het organisme op weg gezet worden naar regeneratie. De toepassing van dit medisch model op problemen van sociaal-psychologische aard (2) induceert dat de oorzaken van de problemen buiten onszelf liggen en dat een expert psychotherapeut” nodig is om ze te ‘behandelen’. Binnen deze denktrant is de problematiek waar een mens mee worstelt een ziekte en hoort het begeleiden van mensen thuis in de (geestelijke) gezondheidszorg. Een tweede familie wijt de psychosociale moeilijkheden aan onkunde en onwetendheid. Mensen leven onbewust en zijn niet opgevoed tot het omgaan met elkaar: We hebben niet geleerd hoe de conflicten in ons en rondom ons – te hanteren en op te lossen. We lijden onder een psycho-sociaal analfabetisme.

Dit agogisch model (3) zal eerder technieken en werkwijzen ontwikkelen die thuishoren in de (permanente) volwassenenvorming. Men kan niet ‘van nature’ rekenen, lezen, schrijven. Evenmin kan men, binnen een steeds ingewikkelder wordende maatschappij, louter uit zichzelf tot de nodige levenskennis komen. Zonder scholing blijft men hangen op een nivo dat te laag is om de grotere veeleisendheid van onze samenleving aan te kunnen. Een derde denktrant baseert zich op emancipatie (4) en creativiteit (5) als voornaamste waarden. Zoals in het scheppingsverhaal vertrekt men van een ongevormde, chaotische maar krachtige baaierd. De kunst bestaat er in vorm te geven aan deze krachten, ze in te bedden, ze tot nieuwe scheppingen te leiden. Hier is er geen vooraf bepaald scholingsprogramma. leder is geroepen tot bevrijding uit de wurggreep en de verwarring. Maatschappelijk gezien zou deze benadering· thuishoren bij een Ministerie van Schone Kunsten. Een vierde familie ziet de kern van de psychosociale problematiek als een missen van het doel. Men is ‘er naast’. Volgens dit model helpt vooral het zich juister instellen op de eigen levenswaarden, het leven vanuit een vertrouwen in eigen bestemming. doelgerichtheid en zingeving (6) dienen uitgezuiverd te worden. Men komt uit de problemen door zich te ‘bekeren’ tot een hogere inspiratie.

Het is de hogere finaliteit die aantrekt en ons wegroept uit de vertrouwde maar beklemmende onbestemdheid. In elk van deze landkaarten wordt een stukje van de realiteit toegelicht. Het enige gevaar is dat men zich tot één enkele landkaart beperkt. Onze werkwijze inspireert zich aan de ontdekkingsreiziger of antropoloog die een vreemd land betreedt. Voor dit bepaalde land van dit bepaalde gezin of deze bepaalde persoon is er nog geen kaart. Begeleiden wil zeggen : een kaart ontwerpen voor dit bepaalde land zodat de bewoners van dit land zich daarin kunnen bewegen en organiseren. De antropoloog zal zich uiteraard, in zijn achterhoofd, wel laten inspireren door de modellen die hem van elders vertrouwd zijn. Maar hij zal ze ook moeten kunnen loslaten, anders wordt zijn kijk er door ingeperkt. Zodat alles samen genomen het model van de scheppende activiteit ons de beste begeleidingswijzen aan de hand blijkt te doen. Volgens het drama-concept zijn de cliënten auteurs-acteurs die hun eigen script ten tonele voeren, maar daarin soms door een regisseur bijgestaan moeten worden. Het vinden van de eigen finaliteit en het zoeken van de eigen drama-ontknoping gaan daarmee hand in hand. Vormende en genezende benaderingen die een gezag en een behandeling van buiten uit veronderstellen lijken ons enkel geschikt als deelhandelingen binnen het meer omvattende scheppingshandelen.

Met deze modellen-hiërarchie voor ogen kunnen we nu vier invalshoeken van het mens-zijn bekijken.
‘Ik zoek nog steeds naar een eenheidsconcept van mensterapie waarin de integrale mens als een Eiffeltoren, goed gefundeerd, rechtop kan staan op zijn vier pijlers : zijn lijf, zijn psyche, zijn relaties, zijn existentiële betekenisbeleving’ (7). Deze vier pijlers werden elders door ons toegelicht (8) als : de belichamlngswijze van ons mens-zijn, de bezielingswijze van ons mens-zijn, de socializeringswijze van ons mens-zijn, en de vergeestelijkingswijze van ons mens-zijn. 1) Na jarenlang zoeken en kritisch toetsen van diverse lichaamsbenaderingen, (9) opteren we voor de eutonie volgens de school van SCHARING als de meest fundamentele aanpak. Dit is een methode waarbij de neurofysiologische en psychologische dynamieken aangesproken worden die verband houden met kontaktnàme. Centraal staat enerzijds de lijfservaring, d.i. de bewustwording en uitzuivering van al wat zich binnen onze huid bevindt, inz. van de innerlijkè spankracht (tonus) en doorstroming, anderzijds de lichaamservaring, d.i. het kontakt en de uitwisseling tussen ons lichaam en de omgeving (10). Hier moet niet behandeld of aangeleerd worden. leder mens behelpt zichzelf bij het vrij maken van eigen innerlijke banen. Vanuit een lijfs-regulatie vindt de mens zijn eigen lichamelijke vormgeving.

2) De interactionele en relationele krachten werden door ons reeds vroeger in kaart gebracht (11) (12). Onze voorbije ervaring leert ons dat het verhelderen van de spankracht tussen mensen (diatonie)enige vorming veronderstelt enige informatie en enkele basisvaardigheden moeten overgedragen worden. Maar het vorrngeven aan de relatie-kwaliteit is uiteindelijk een allerindividueelste creatie van mensen in een onderlinge en wederzijdse betrokkenheid.

3) De intrapsychische krachten van de mens staan in nauw verband met het relationele leven, inz. met het vroeg-kinderlijke gezinsssysteem en met lijfelijk opgeslagen, psychomotorische belevingen. Vooral de niet doorgewerkte konflikten tussen de verinnerlijkte relatie-figuren leiden tot verwarring. Deze kan pas opgeklaard worden door het aanbieden van en bedding waarlangs de chaotische ervaringsstroom vorm en gestalte kan krijgen (psychodrama).

4) De existentiële en geestelijke zingeving is een facet dat in opleidingen vaak v;ronachtzaamd wordt. De geestelijke bevrijding wordt o.i. niet bewerkt door het louter toebehoren tot een kerkelijke, religieuze of levensbeschouwelijke vereniging. Het is voor elke mens een eenzaam, innerlijk proces van zelfontdekking (13) die begint bij het onder ogen zien van vrees, pijn en verwarring, een weg die spirituele discipline vergt en tot een wezenlijke innerlijke transformatie leidt en tot een dieper sociaal engagement.In wezen is deze benaderingswijze onafscheidelijk verbonden met de drie vorige invalswegen. Deze vier pijlers zijn alle vier nodig ter fundering van het gebouw. In begeleiding en opleiding merkt men evenwel dat de ene persoon meer behoefte heeft aan doorwerking van de ene poot, terwijl een andere persoon aan een andere poot mank loopt. Voor ieder liggen er andere aksenten. leder dient opgeleid te worden op zijn/haar allerpersoonlijkste eigen weg. Maar het zal, wat ons betreft, enkel kunnen gebeuren vanuit de hier geboden perspektieven. Wat we hier als ‘charter’ van onze opleidingen voorstellen is gegroeid doorheen tien jaar opleidingswerk. In samenwerking met de opleidelingen wordt het telkens bijgsteld, gesnoeid, geschaafd, ontwikkeld. Het is op zichzelf ook een scheppingshandelen: verstarde fixaties dienen losgelaten te worden, nieuwe risiko’s moeten genomen, nieuwe perspectieven uitgeprobeerd, de stijl wordt bijgevijld, de bestemming krijgt scherper omtreklijnen. We zijn samen op weg. leder die mee optrekt dient ook mee de weg te bepalen.

(1) H. VAIHINGEA. Die Philosophle des Als Ob. t.eipziq, Felix Meiner. 1923, p. 15, geciteerd door: R. BANDLER en J. GRINDEA, Structuur van de magie, Baarn, Ambo, 1977p 20
(2) M.F. CHAYES. Psychotherapie is medisch. Actuele problemen en gevaren voor het vak, Tds v. Psychiatrie 20 (1978) 427-449
(3) H. _BLANKSTE IN, Psycholherapie als vorm van agogisch handelen, Tds v. Psycholer. 2 ( 1976) 3
(4) F. POLAK, Psychotherapie en emancipalie, Tds v. Psycholer. 3 (1977) 199-205
(5) F. CUVELIER. Hel vernieuwende ontdekken, Relalle-srudlo-minikrant 4, p. 3
(6) b.v. V. FAANKL. De zin van hel bestaan. Hottnrdarn, Kooykor, 197B
(7) F. CUVELIEA. Onvrede met mijn vak. Tds v. Psychote,. 7 (1901) 191·193
(B) F. CUVELIER, Psychoterapie als zollhanteerbaar proces, in: Zelfhulptechnleken. Devonter, Van Loghum Slaterus, 1981, 3e aflevering, 21 pp,
(9) F. CUVELIEA. Situering en hisloriek van de voornaamste lichaamsgerichte benaderingen. Colloquium W.V.V.H .. okt. 1901
(10) F. CUVELIEA. Hel licharnelijke arts-patiënt-kontext, Colloquium W.V.V.H .. okl 1981
(11) F. CUVELIER, De stad van axen. Kapellen. De Nudcrl Boekhandel, 1976
(12) F. CUVELIER. de axen-roos; relaliewijzen in kaart gebracht, in : Werkcn en leven met groepen, Samson
(13) E. PAGELS, De Gnostische Evangeliën, Gaade, Amerongen, 1980, p. 126, p. 131