Erkenning (leerdoelen)

Niveau 1

  • De elementaire beleefdheid opbrengen om de tegenpartij, de partnèr of antagonist aan het woord te laten komen en deze te laten uitspreken. Niet onverhoeds in de rede vallen. Een elementair respect opbrengen voor an-dermans ziens-, voel- en denkwijze, en deze niet meteen tegenspreken, ontzenuwen, afstrijden, de grond in boren. belachelijk maken vanuit onze vizie op de waarheid. leder het recht gunnen op een eigen mening, een subjektief perspektief. een eigen belang. leder het fundamentele recht ge-ven op zelfverdediging en verwoording van de eigen stelling.
  • Voor ogen houden dat de ander laten uitspreken niet hoeft te betekenen dat men er mee instemt. De partner aan het woord laten is iets anders dan er mee akkoord gaan. De eigen reaklie opschorten en uitstellen om eerst de stelling van de tegenpartij te horen.
  • Zich instellen om juist te begrijpen wat de antagonist bedoelt uit te druk-ken. Tijd nemen om aktief te luisteren. Nooit dooddoeners gebruiken als: ‘Je hoeft Iiet me niet te zeggen, je hebt het me al honderd keer gezegd’. De zelf expressie van de tegenspeler stimuleren.
  • Wie de antagonist niet begrijpt kan vragen om herhaling, konkretizering, toelichting. De dialoog wordt merkelijk vooruitgeholpen wanneer men de achterliggende belangen van de tegenpartij begint te begrijpen.

Niveau 2

  • Toetsen of men de ander begrepen heeft door diens boodschap te herhalen, in de hoop dat de partner er kan op antwoorden met een ‘Ja, dat klopt’. Dit is geen naapen, maar in eigen bewoordingen parafrazeren van wat men meent begrepen te hebben.
  • De partner verder ruimte geven om zich verder uit te drukken wanneer blijkt dat wij diens boodschap eigenlijk nog niet begrepen hebben.

Niveau 3

  • Zich inleven in de subjektieve belevingswereld van de ander, mentaal pro-beren in diens schoenen te gaan staan om vanuit deze poging diens subjectief perspectief in te voelen. Dit verwoorden om te toetsen of dit klopt. Dit kan ook plaats vinden wanneer de antagonist niets zegt of zeer weinig tot uitdrukking brengt (verlamd, in de war). Men kan zich dan inleven in diens situatie of diens lichamelijke houding. Deze empathie blijft onderscheiden van een mogelijke sympatie of van medeleven.
  • Proberen de kern te verwoorden van de wat ingewikkelder of niet zo geordende verhalen. De teneur samenvatten van grotere gehelen.
  • Onder relationele erkenning verstaan we: het benoemen van het relatieni-vo der boodschappen, de axen die door de partner aangewend worden, en het toetsen ervan.
  • Bij het beluisteren van de partner de relationele zinstructuur volledig voor ogen halen: wie (onderwerp) doet wat (ax) naar wie (belanghebbende)? Indien deze zinstruktuur onvolledig is, er naar vragen.

Waar de axen onduidelijk zijn, om concretizering vragen. Peilen nar de relatiewijzen waarover niets gezegd of getoond wordt.

Niveau 4

  • Toetsen of er bij de antagonist wel zelf-erkenning ontstaat. Nagaan of deze meer zicht krijgt op zijn eigen stelling, zijn eigen belang, zijn eigen gevoe-lens en zijn eigen bijdrage in de relatie.
  • Bij gemis aan zelfinzicht het relatienivo duiden, de relatiewijzen benoemen terwijl men steeds erkennend blijft toetsen. Het gevaar vermijden om een eigen interpretatie op te dringen. Anderzijds ook geen onduidelijkheid of dubbelzinnigheid laten bestaan.
  • Benoemen en erkennen van de interactie-momenten die tussen ons en de partner ontstaan. Luistert de partner, is hij toegankelijk, zelfexpressief, beïnvloedend?
  • In verstaanbare termen een didactiek ontwikkelen om de partner duidelijk te maken wat er in de interactie waargenomen kan worden met de bedoeling daardoor diens zelferkenning te vergroten.

Niveau 5

  • Appèl uitoefenen op de antagonist zodat deze tot metacommunicatie komt omtrent de kwaliteit van zijn axen, de positieve kanten ervan, de ne-gatieve kanten ervan, de verdrongen, verboden, gewenste kanten ervan, en de wijzen waarop men met zijn axen omgaat.
  • Erkennen van diverse registers, zodat men naast een akkurate relationele erkenning ook oog krijgt voor o.a.
    – de ervarings- en gevoelswereld van de antagonist,
    de wijze waarop de antagonist met zichzelf omgaat,
    de belichamingswijze van de antagonist,
    – diens mensbeeld, levenswaarden en impliciete religie.
    Een aandachtig luisteraar ontdekt steeds nog nieuwe dimensies of regis-ters via dewelke men de partner kan erkennen.
  • Ontdekken hoe deze diverse registers gekoppeld zijn aan het relatieleven van de antagonist en hoe dit relatieleven vanuit deze ruimere belevingscontext te begrijpen is.