Beveiligen en Vrijwaren

De deur wordt op slot gedraaid, de luiken worden gesloten, het huis wordt afgegrendeld tegen diefstal en overval. Je eigen goederen worden in bescherming genomen tegen mogelijke aanranders. Je wil je niets laten ontvreemden. Je wil je goederen gerespecteerd zien. Kleuters nemen hun brooddoos in bescherming tegen de makkertjes die het willen afpakken. Scholieren schrijven hun naam op hun boeken zodat aan iedereen bekend is aan wie ze toebehoren. En hun citybikes worden in het fietsenrek met een stevig slot tegen diefstal beveiligd.

Iedereen heeft recht op een eigen bezit. Maar andermans hebzucht, andermans nonchalance, gaat er van uit dat sommige goederen als ieders gemeengoed beschouwd mogen worden. Waartegen de rechtmatige eigenaars zich met alle geoorloofde middelen mogen verzetten. Zoals een gemeenschap de natuur beveiligt tegen de verloedering, het bos beschermt tegen brand, de ozonlaag vrijwaart tegen beschadiging, zo zal ook de individuele burger zijn eigen huis en bezit beveiligen tegen dieven, amokmakers en indringers. Beveiligen wil zeggen : het eigen bezit, en de beschikking erover, veilig stellen, behoeden tegen schade of verlies, het verzekeren tegen aantasting of vernietiging.

Wie tijdens een oorlog schuilend in de kelder, angstig zat te hopen dat bij het bombardement er toch maar geen bom op het eigen huis zou vallen en alles zou vernielen, beseft het grote geluk van de vredestijd. In de schuilkelder, laatste onderkomen tegen hel gevaar uit de lucht, werd het kostbaarste bezit geborgen, de fotoalbums, het zilveren bestek, de juwelen.

Het materiële goed wordt tegen andermans agressie beveiligd om het ongeschonden te houden,om het met zorg te omgeven, om het te kunnen blijven gebruiken, om ervan te genieten. De beschikking over een bed, een kookplaat, een tafel, stoelen, eetgerei blijft aan de eigenaar gewaarborgd, ook al wordt zijn hele inboedel aangeslagen en verkocht. Sommige goederen heeft men nu eenmaal nodig om te leven, en het leven mag zichzelf verdedigen tegen beschadiging of ondergang. Beveiligen is beschutten tegen verlies, maar is ook een positief vrijwaren van de mogelijkheid om de betreffende goederen te gebruiken, te verzorgen, te laten groeien. Een landbouwer staat in voor de vruchtbaarheid van zijn grond en wil die gevrijwaard zien van zure regen, van radioactieve stof, van vuilnis die anderen erop zouden storten. Parken worden omheind met schuttingen om de groei van sommige kostbare planten te vrijwaren. Tot natuurreservaten wordt de toegang verboden om de broedende vogels van verdrijving te vrijwaren.

Een eerste functie van de ax van beveiligen is dus de bescherming tegen beschadiging of ontvreemding en het vrijwaren van de groei en gebruik van eigen bezit. Een tweede functie van de ax is de afweer tegen de goederen die ons ongevraagd opgedrongen worden.

Wij kennen het kinderlijke, koppige verzet tegen een of andere voedingsstof. Het wil geen spinazie, of geen kippenvlees, of geen pompoensoep. Het krijgt het zijn keelgat niet door, en blijft het minutenlang in de mond houden, tot het kindje het zootje uitkotst in het toilet. Wij kennen de mislukkende poging van de puber om zijn identiteit af te grenzen tegen de vriendelijke, overbezorgde ouders, wat uitmondt op een lijfelijke weigering van voedsel, verzet dat, onverwoord, de zorg van de ouders countert. Deze puberteitsmagerzucht (anorexia nervosa) is te begrijpen als een onbewust verzet tegen de opdringerigheid van goed bedoelende ouders. Het lijf van de puber zegt : “Mijn maag is mijn maag, ze gaat in tegen overlast die mij tegen mijn zin wordt opgelegd. Dring niet aan. Luister naar mijn lijf dat zegt wat ik niet met woorden durf zeggen”.

Dit puberaal verzet is kenmerkend voor een samenleving die zich niet weet te beveiligen tegen de opdringerigheid van het consumptie-aanbod. De consumentenbelangen worden verdedigd door initiatieven als Testaankoop. Maar dc reclame overspoelt ons ten allen kante, in de media, in de magazines, in de filmzaal, op de panelen langs de baan, in onze brievenbus. Overal worden ons materiële goederen aangeprezen, of gratis ter hand gesteld om de smaak ervan te pakken te krijgen, getuige de massa’s stalen van medicamenten die per post bij de huisartsen gedropt worden.

Wie zich door aankoop op krediet laat verleiden komt wel eens in financiële nood. Bij de roekelozen die zich nooit weten te begrenzen leidt de aankoop van onnodige luxe tot loonbeslag voor de afbetaling.

Hoe kunnen wij ons tegen deze consumptie-opdringerigheid verdedigen, tenzij door een geest van soberheid en eenvoud? Versobering is de beste zelfverdediging. Maar, zo industrie, verlaging van de consumptie doet de productie dalen, en een dalende productie doet de arbeidsgelegenheid afnemen, en met een lager inkomen kan men minder consumeren, en zo is de cirkel rond. Dus, zo besluit de industrie, consumeren maar! Kan onze samenleving zichzelf tegen de verwenning door de consumptiegoederen beveiligen door meer te produceren voor behoeftigen? Een kleiner inkomen voor onszelf, door deeltijdse arbeid, noopt tot eigen versobering, en tot een doorschuiven van de productiegoederen naar andere landen.

Wij kunnen de beschikking over onze vrije tijd vrijwaren voor meer kunstzinnige, en geestelijke, en sociale belangstellingen i.p.v. ons te laten verwennen door het materiële goed. Wij leren elkaar dan om beter om te gaan, niet met steeds meer en exclusiever bezit, maar met voldoende bezit, bezit dat aan onze redelijke voldoet.

Een ongelimiteerde verwerving van goed en van kapitaal, ontneemt er de ziel van. Goederen krijgen een ziel wanneer wanneer ze met zorg en met liefde bejegend worden, wanneer men er een persoonlijke band mee heeft wanneer ze een affectieve betekenis hebben verworven. Dan passen ze in een relationeel of bejegenend verhaal. Maar hoe groter de hoeveelheid goederen wordt, en hoe vlugger ze verwisselbaar zijn, des te dunner wordt de draad van bejegening die er ons mee verbindt. De goederen worden tot objectivistische hebbedingen, zonder ziel, zonder persoonlijke verbinding. Voor de daardoor teloorgegane zijnskwaliteit zoekt men een compensatie in de kwantiteit : zoveel huizen, zo’n dure vakanties, zoveel cd’s. Geld wordt losgekoppeld van de noodzakelijke ruilprocessen waarbij zowel de koper als de verkoper voordeel halen, zodat het geld niet meer de ziel heeft van gelijkwaardig ruilverkeer. Wordt tenslotte geld gebruikt om geld te maken, dan is elke ziel en bejegening zoek geraakt.

Verweer tegen de opdringerigheid van overvloed kan een deugd zijn, maar het is alleszins een levenskunst. Het is zoveel als de vrijwaring van de bejegenende omgang met de dingen die ons ter harte gaan. Wie houdt van antiek hunkert naar iets als de kleerkast van grootmoeders’ moeder, naar iets waar een ziel aan kleeft, en dat door de duurste moderne kast niet te vervangen is.

Beveiliging, vrijwaring en verweer kunnen, zoals elke ax van de axenroos, van een functionele aanwending ervan omslaan in een disfunctionele. Zich beveiligen tegen diefstal, beschadiging of opdringerigheid is goed en zinvol. Maar van een ander niets willen aannemen kan zinloos zijn, en zelfs ziekelijk. Sommigen weigeren elk geschenk, omdat ze niet kunnen genieten, of omdat ze zich schuldig voelen als ze niet onmiddellijk iets in ruil terug kunnen schenken. Zulke afwijzing is niet bevorderlijk voor een bejegenend tussenmenselijk verkeer. Een grote afgrenzing dwarsboomt andermans genegenheid en remt de spontane uitwisseling. Het is in sommige culturen hoogst onbeleefd een aangeboden drankje af te wijzen. Dit wordt ervaren als een hautaine vijandigheid. En dit is het soms ook. Van een vijand wil men geen geschenken krijgen. Van een ware vriend kan men niets weigeren.

Geef een reactie