Waarden

ZOEKEN VAN HET GOEDE
Wanneer jij met een absoluut zoeken
zoekende zijt,
dan zal jij je bewust worden
van het Goede dat in je is (Allogenes 52)

Mensen en dingen kunnen “waar” zijn of “schoon” zijn, en andere kwaliteiten hebben, maar de wezenlijkste vraag is of ze “goed” zijn. Wat waar is of schoon is, is daarom nog niet goed. Maar wat echt goed is kan niet anders dan waar zijn en mooi zijn om te zien.

De vraag “Is dit waar?” is een vraag naar de overeenkomst tussen de overgeleverde, tweedehands informatie en de oorspronkelijke ervaring. Het kan ook een vraag zijn naar de overeenkomst van het ervaringsbeeld en het ruwe gegeven. Deze vraag naar de waarheid hoort dus tot het bejegeningsmoment dat we beeldvorming of waar-neming noemen.

De vraag “Is dit goed?” is een vraag naar de graad van bevrediging in het gewaarworden. “Wat doet het mij?”. “Voel ik er mij goed bij?”. Deze gewaarwording veronderstelt wel dat wat gezegd of getoond wordt waarheid is. Een verkeerde beeldvorming leidt tot een verkeerd gevoel.

Het in de evangelies vaak herhaalde adagium “Zoek en je zal vinden” (Tomas, logion 92) bedoelt met “zoeken” niet een actief proberen te vnden van iets waarvan men het bestaan kent of vermoedt (de portemonnee die zoek is), maar een zich openstellen voor de ervaring van het onbekende dat verwondering zal wekken. Het is een zich afstemmen op een golflengte die voor ons belangrijk is. Het is een luisteren naar wat ons van ergens/nergens als boodschap tegemoet komt.

Deze openheid voor ongekende ervaring wordt ook pas mogelijk door de aanwending van conceptuele of praktische instrumenten. De ervaring is een doorreis waarbij enige elkaar opvolgende fase afgelijnd kunnen worden.

Als start is er de WAARHEID die gezocht moet worden. Komt wat wij voor waar nemen overeen met wat anderen waar-nemen? Om juist te kunnen waarnemen moeten wij uit onze ogen kunnen kijken en onze oren spitsen. Dit vergt alertheid, aandacht en betrokkenheid. Het besef dat onze waarneming subjectief is relativeert haar. Wij weten dat wij “de” waarheid niet in pacht hebben. En dit motiveert ons om te blijven zoeken. Wij raken niet op elkaar uitgekeken. Wij zien op elkaars gelaat nog telkens nieuwe facetten die geen naam hebben, die nooit in een processing terecht zouden kunnen komen. Dit alles op voorwaarde dat wij absoluut zoekende zijn.

En dan komt in dit zoeken de GOEDHEID aan bod. Nu gaat de vraag niet meer naar hetgeen zich buiten ons voordoet, maar naar hetgeen dit in ons gemoed teweeg brengt. Wat zegt het mij? Hoe raakt het mij? Tot welke reactie voel ik me uitgenodigd? Tot aannemen, vechten of vluchten? Het wezenlijk goede is datgene wat deugddoend is, voor onszelf of voor anderen. De ervaring van iets goeds is weldadig. Waarom zouden wij dan aarzelen om met aandacht en met een onbezwaard gemoed te zoeken welke ervaring ons en anderen gelukkig maakt? Wij zien niet graag onder ogen dat wij fouten maken en dat het kwade ons aan de ribben plakt. Maar het is soms nog moeilijker om in deemoed al het goede te durven ervaren dat in ons en de anderen is. Want wanneer wij dat goede tot onze bewuste ervaring toelaten, dan voelen wij het appél om ons voor dat goede in te zetten.

“Wat de ervaring zo belangrijk maakt is haar connectie met de motivatie en de actie” (1) Goedheid is als ervaring de kernkwaliteit van het bejegenen. Maar zij komt pas goed tot haar recht als stuwende kracht wanneer wij haar situeren als geïntegreerd binnen het gehele proces van de bejegening.

In dit proces meldt zich als volgende fase de WIJSHEID, althans op voorwaarde dat we volstrekt ingesteld zijn op het zoeken. Wijs is de mens die pragmatisch correct kan inschatten hoe belangrijke levensvragen of complexe situatie aangepakt moeten worden. Wijsheid is te onderkennen aan haar morele en spirituele integriteit waarmee zij de pragmatische, socio-psychologische, relationele en systemische dimensies beoordeelt. In die zin is wijsheid ook gericht op het waardevolle, d.i. het goede. Legt men in de term “deugd” niet een moraliserende eis, dan is wijsheid gericht op deugd en deugdelijkheid. En zo komt men tot een wijs besluit.

Wordt het besluit in actie omgezet dan luidt de vraag: “Wat doe ik om een goed resultaat te verkrijgen? Hoe kom ik tot een goede aanpak?”. De waarde die hier nagestreefd kan worden is de EFFICIËNTIE. Vaak worden hier snelheid en mechanisatie aangewend ten koste van kwaliteit.

Wij kunnen spreken van een “goed” gevolg van de actie wanneer de actie bij anderen of bij onszelf als deugddoende wordt ervaren. De klassieke vraag daarbij is: “Ben jij er gelukkig mee? Wie wordt er gelukkiger van?”. Of: “Wie heeft er deugd aan gehad?”. Deze eindevaluatie beoordeelt de kwaliteit van het bejegeningsproces in zijn totaliteit (2) en wekt een gevoel van onvrede of van TEVREDENHEID.

Dit proces wordt in de context van de Relatie-studio beschreven als een kringloop van Waarheid-Goedheid-Wijsheid-Efficiëntie-Tevredenheid. Zoeken wij het goede, dan hebben wij voornamelijk de gevoelsgewaarwording voor ogen. Pragmatisch gezien nochtans is Goedheid uiteindelijk gelegen ind e kwaliteit van de hele kringloop. een gebeuren en een handeling zijn goed als zij beantwoorden aan de verwachtingen. Zij kunnen ook boven alle verwachtingen goed zijn, uitstekend zijn, eminent of excellent zijn, kortom verbazend goed zijn. Zij zijn met andere woorden het zoeken waard.

(1) Edward REED, The necessity of experience, New Haven, Yalle University Press, 1996, p.118

(2) Ferdinand CUVELIER, Omgaan met zichzelf en met elkaar, Leuven, Garant, 1998.

Geef een reactie