Informeren

lnformatie doorgeven aan anderen is één van de meest doeltreffende en tevens één van de meest manipulatieve relatiewijzen. Deze ax is zo belangrijk dat de term “communicatie” vaak begrepen wordt als het verstrekken van informatie.

lnformatie* is het doorgeven van de constructen of beelden die men zich over de werkelijkheid heeft eigen gemaakt. Eerst dienen wij zelf informatie op te doen omtrent een of andere werkelijkheid, vervolgens geven wij deze informatie door aan anderen, en dat heet dan: de informatie-overdracht.

In een vorm gieten

Het contact tussen onszelf en de wereld kunnen wij vergelijken met een waterstroom die van een berghelling vloeit. Het water is de vloed van de miljarden werkelijkheidsfacetten die, aan onze geest voorbijstromen, waarvan er een beperkt aantal onze visuele, auditieve en tactiele zintuigen aandoen. De aarde van de berghelling is onze geest; waar het water de aarde opzij duwt ontstaat een bedding; waar de aarde tot rots is versteend, is er meer weerstand tegen de stroming. De vorm van de bedding ontstaat dus, zoals elke vorm*, door de wisselwerking van twee beweeglijkheden, van water en aarde, van de werkelijkheid en onze geest.

Vooreerst is er de externe werkelijkheid, gesymboliseerd door het water. Het is de zwijgende wereld, zoals KORZYBSKI het noemde, een wereld die wij nooit volledig zullen kunnen bevatten, een wereld wiens wezen voor een deel steeds aan de greep van onze geest zal blijven ontsnappen. Daarnaast is er de aarde van onze geest die zo goed als mogelijk open staat voor de neerwaarts stromende druk van het water, en die zich laat uithollen tot een bedding. De geest maakt dat de werkelijkheid zich in een vorm Iaat gieten. Bij dit in-vorm-komen wordt de werkelijkheid wel gekanaliseerd binnen de mogelijkheden en de beperkingen van de geest die op de ene plek zeer beweeglijke aarde heeft en op de andere plek door zijn rotsachtigheid zelf de vorm van de stroom bepaalt.

Onze geest construeert zich dus, in wisselwerking met de werkelijkheid, een beeld, hij maakt zich een construct* (2) waarmee hij de werkelijkheid kan hanteren. Want elk construct is een handelingsproject, een gebruiksaanwijzing om greep te krijgen op de werkelijkheid, een schema voor actie. Het is als een stadsplan dat ons oriënteert om in de stad onze weg te vinden. “Meaning is use”, zo concludeerde WlTTGENSTEiN.

Kan dit construct vertaald worden in w’oorden en zinnen, dan wordt het construct een informatie*. Het handelingsproject kan dan van mijn geest overgedragen worden naar andermans geest, hetzij schriftelijk hetzij mondeling. Daar de constructen in mijn geest en in jouw geest in dezelfde programmeertaal geschreven zijn, zijn zij makkelijk overdraagbaar. Toch realiseren wij ons dat het construct van mijn geest voor jou is als het water van de berghelling dat in jouw geest een bedding zoekt, en zo zal het construct dat door de informatie-overdracht in jouw geest gevormd werd nooit helemaal overeenstemmen met het construct dat in mijn geest vorm had gekregen.

In de mate jij en ik eenzelfde kijk en greep op de werkelijkheid proberen te krijgen spreken wij van een co-constructie* van de werkelijkheid. Als jij en ik akkoord kunnen geraken om deze kist tot “stoel” te bestempelen, dan kunnen zowel jij als ik er op gaan zitten.

Desinformatie en manipulatie

Zoals elk construct gedeeltelijk subjectief blijft, zo is onze beschrijving van de objectieve werkelijkheid ook altijd antropomorfisch. De wereld ontleent zijn realiteit slechts aan de constructieve activiteit van de geest. “Ik beschrijf de natuur inderdaad in menselijke termen. Het zogenaamde objectieve denken dat zich daarvan wil losmaken, is illusoir. Wij mensen spreken als mensen en je kunt niet spreken uit naam van de objectieve feiten”, stelt BODIFEE (1). Dit brengt met zich mee dat de informatie, hoe neutraalobjectief ook bedoeld, steeds behept is met menselijke kwaliteiten en tekorten, met subjectieve vertekeningen en inkleuringen.

Elke is dus doorspekt met desinformatie, met onjuistheid, met vertekening, met eigenbelang. De informatie die binnen een cultuur circuleert bestendigt de handelswijze die deze gemeenschap zich

eigen wil maken. De eigen belangen kleuren de bril waarmee men naar de werkelijkheid kijkt, en deze kijk programmeert het handelen. Zo gaat er van de informatie ook macht uit. Door het informeren worden levenshoudingen gemanipuleerd. Het soort informatie dat voorrang krijgt is meestal de informatie vanwege de meer dominante groepen van een samenleving. En de dominante groepen kunnen ook informatie achterhouden en verbieden. Elk onderwijs is één grote informatie-overdracht die de leerlingen voorbereidt op de cultuur waarvan zij medewerkend lid zullen worden. Informatie doorgeven is dus ook een acculturatieproces.

De goede informatie

Informatie is goed in de mate dat ze openstaat voor faIsificatie* en tegenspraak. Juist door het onderzoek naar een mogelijke verscholen leugenachtigheid of onjuistheid komt de kwaliteit van de informatie boven water. Overleeft de informatie de toets van het tegenonderzoek, dan stijgt haar waarheidsgehalte. Hoe meer instanties bereid zijn, om een informatie als waar aan te nemen, des te groter haar geldigheid wordt.

Daar informatie gericht is op bruikbaarheid en op omgang met de werkelijkheid zullen wij het meeste waarde hechten aan informatie die ons handelen optimaliseert, die ons toestaat om de werkelijkheid optimaal te bejegenen. De werkelijkheid is een boek. Zonder lezer blijft een boek een ingebonden stapeltje bedrukt papier, Maar een lezer met een ziel ontdekt in het boek een vriend met een ziel. Hoe meer de ziel openstaat voor het diepere wezen der dingen, des te diepgaander zal de opgedane informatie zijn, en des te bezielender de overdracht ervan naar zielsverwanten.

Praktisch stelt ons dit voor de vraag welke informatie wij doorgeven, aan wie, en hoe, en op welk moment. Ouders en opvoeders stellen zich die vraag in verband met seksuele voorlichting. Maar de vraag stelt zich voor tal van andere domeinen.

En wordt de informatie voldoende afgebakend, is ze bevatbaar, is ze ter zake voldoende concreet, overzichtelijk, voldoende genuanceerd? Kan de toehoorder of de toeschouwer de kern van de boodschap begrijpen? Of is de informatie te diffuus, te algemeen netwerk-achtig, te breedsprakerig, te overladen, te oppervlakkig, te gefragmenteerd, te vervlakt, te versnipperd?

Wat voor elke ax geldt is ook van toepassing bij het informeren. Zichzelf informeren om anderen te kunnen informeren is een kunst. Een kunst die veel oefening vergt. Wij praten graag met elkaar. We vertellen anekdotes, sterke verhalen, nieuwtjes, achterklap. We stellen ons daarbij de vraag of deze stories niet wat teveel leugentjes, overdrijvingen en vertekeningen bevatten. De goede informatie is onomfloerst en benadert de werkelijkheid van zo nabij mogelijk. Een goede informatie informeert over de kwaliteit van het leven.

(1) Gerard BODIFEE, Je kunt niet ongelovig zijn, in: Filosofie Magazine 5 (1996) 1, pp. 33-35.

(2) G.A. KELLY, The psychology of personal constructs, New York, Norton, 1955.

Geef een reactie